• Gepubliceerd door
  • Dinanda van Appeldoorn
  • Gepubliceerd op
  • 3 juni 2021

Stamppot is een beetje saai

Ze mist vooral het Egyptisch eten, dat zo lekker gekruid is. Wat ze zeker niet mist zijn de dagelijkse ruzies op straat. Dina Ibrahim vertrok vanuit Egypte naar Nederland.

De 34-jarige Dina heeft net haar baan als financieel medewerker bij House of Hope in Rotterdam afgerond. Over tien dagen vertrekt ze voor een paar weken naar Egypte. Om haar familie te ontmoeten, maar ook om een week met God te zijn. Ze heeft allerlei dromen over wat ze in de toekomst wil doen – een Egyptische winkel waar mensen meteen kunnen koffiedrinken, of iets met workshops , maar ze weet het nog niet precies. Dina ziet uit naar een week die ze in alle stilte en rust met God kan doorbrengen.

Niet streng

Dat ze ooit zo over God zou spreken, zag er niet naar uit. Dina groeit op in Cairo, samen met haar twee oudere zussen. Zoals vrijwel alle gezinnen in Egypte, is het een moslimgezin. ‘Mijn ouders waren niet streng. We hoefden bijvoorbeeld geen hoofddoek op en als we het gebed vergaten, was dat ook niet heel erg. Mijn ouders waren echter wel zeer gelovige mensen.’ Thuis en in de moskee wordt trouw de Koran gelezen. Dina – ze is dan 22 jaar oud – kent mensen in haar omgeving die christen zijn en dat vindt ze verschrikkelijk. ‘Ik was er vast van overtuigd dat ze naar de hel zouden gaan en wilde ze daarom helpen.’ Dina zoekt het gesprek met hen en vertelt hen dat het zondig is om christen te zijn. ‘Een van deze christenen nodigde me uit om naar de kerk te komen, zodat we er daar over konden doorpraten. Ik geloofde beslist dat ik de ander kon overtuigen van zijn ongelijk.’ Het loopt echter heel anders. Dina gaat de Bijbel lezen, zodat ze precies weet wat christenen geloven, en ze zo goed mogelijk met hen in gesprek kan gaan. Dan gebeurt het wonderlijke. ‘Het Woord van God is zó anders dan de Koran. De Koran kun je nauwelijks begrijpen en verandert je hart niet, maar de Bijbel wel. Dat heb ik zó sterk ervaren!’

Gevaarlijk

Dat Dina verandert, blijft bij haar ouders niet onopgemerkt. Ze probeert met hen te praten over de prachtige ontdekkingen die ze in de Bijbel heeft gedaan, maar dat lukt nauwelijks. ‘Mijn ouders werden vaak heel boos, vooral mijn moeder. Als ik maar een paar woorden probeerde te zeggen, snoerden ze me meteen de mond.’

Ben je bang geweest dat ze zouden ontdekken dat je christen was geworden?
‘Mijn familie is niet heel agressief, dus ik denk niet dat ze me om het leven zouden brengen’, zegt Dina. ‘Maar het zou wel een hel worden. Ze zouden het bijvoorbeeld vertellen aan de imams en die kunnen gevaarlijk zijn. Ik vond het zo moeilijk en verdrietig dat ik nauwelijks iets kon zeggen over de Bijbel en dat ik met mijn familie niet over Jezus kon praten.’ 

Donkere schaduw

Na een jaar wordt Dina gedoopt. Inmiddels heeft ze ook een vriend gekregen die christen is. Haar familie weet van niets als ze in het geheim met hem trouwt. Hoewel ze samen gelukkig zijn, hangt er een donkere schaduw boven hun hoofd. Omdat ze christen zijn, wordt hun huwelijk als illegaal beschouwd. Ze realiseren zich dat ze geen normaal leven in Egypte kunnen opbouwen. Samen nemen ze het moeilijke besluit om uit hun thuisland weg te gaan, en ergens anders een nieuwe toekomst op te bouwen. In eerste instantie hebben ze plannen om naar Amerika te gaan, maar ze wijzigen hun plannen als ze voor Nederland een visum kunnen krijgen.

Wanneer Dina en John in Nederland arriveren, kan Dina eindelijk haar familie inlichten. ‘Het voelde zo verkeerd dat mijn familie van niets wist. Het was een opluchting dat ik hen eindelijk ronduit kon vertellen dat ik met hart en ziel christen was geworden, en dat ik getrouwd was met een christen. Ze wisten van het bestaan van John zelfs niets af.’ Dina’s ouders zijn woedend als ze horen dat hun dochter christen is geworden en willen niet meer met haar praten. Het was een moeilijke en verdrietige ervaring voor Dina en haar man.

Gelukkig ligt die periode achter hen. Dina vertelt dat het contact nu goed is. ‘Mijn ouders accepteren dat ik christen ben, maar erover praten kunnen we niet. Soms wordt m’n moeder nog heel boos op me. Eerst was ik nog wel bang om naar Egypte te gaan om mijn familie te bezoeken, maar ik heb er nu wel vertrouwen in dat het goed blijft gaan.’

Aardige buurvrouw

De eerste anderhalf jaar in Nederland zijn niet eenvoudig. Het gezin, dat in de asielprocedure zit, moet elf keer verhuizen. Daarna vinden ze een vaste stek in hartje Rotterdam. Dina is blij dat ze eindelijk naar school kan om de taal te leren. Intussen gaat ze ook vrijwilligerswerk doen in een buurthuis. ‘Ik trof het ook echt met een buurvrouw. Ik had goed contact met haar, en dat heeft me ook geholpen om de taal te leren en in de kerk waren we ook snel ingeburgerd.’

Dina, die een hbo-opleiding in Egypte had gevolgd, had haar sporen al verdiend met het bouwen van websites. ‘Dat heb ik in Nederland direct weer opgepakt, omdat ik graag mijn eigen geld wilde verdienen en niet op een uitkering wilde wachten. Ik heb een website gebouwd, en dat was eigenlijk mijn eerste baantje in Nederland’, vertelt ze met een lach. Vervolgens krijgt Dina een vaste baan als financieel medewerker bij House of Hope, een organisatie die zich inzet voor mensen aan de rafelranden in Rotterdam-Zuid.

Zes bordjes met lekkers

Nu, na negen jaar, is Dina helemaal ingeburgerd in Nederland. In haar huis herinnert alleen een oosters-orthodoxe plaat van Jezus aan de tijd in Egypte. En natuurlijk de overvloedige gastvrijheid, die zich uit in zes bordjes met lekkernijen die ze de bezoeker voorzet.

Is Nederland een beetje zoals jij in gedachten had?
Dat blijkt niet het geval te zijn. ‘Ik had niet zozeer een beeld van Nederland, maar wel van Europa. Ik dacht dat alles heel perfect en luxe zou zijn, maar dat viel me erg mee. Het is hier allemaal mooi en vooral praktisch. Dat is in Egypte heel anders. Daar is alles of gewoon of héél luxe. We hebben bijvoorbeeld grote winkelcentra die echt super de luxe zijn. Dat zie je in Nederland niet.’

Warmer en zonniger

Wat mis je in Nederland?
Dina denkt peinzend na. ‘Tja, ik weet het eigenlijk niet’, begint ze aarzelend. ‘Nou ja, een bepaald soort eten. Haha, dat mag je niet opschrijven hoor’, zegt ze schaterend. ‘Want dat zeiden de Israëlieten ook toen ze mopperden over het eten in de woestijn en terug wilden naar Egypte.’ Maar het eten is in Egypte wel echt anders, vertelt Dina. ‘Het heeft meer smaak, omdat er meer of andere kruiden in zitten. Stamppot bijvoorbeeld is een beetje saai.’

En ja, Dina mist ook haar familie, hoewel ze sinds een paar jaar wel weer regelmatig naar Egypte gaat. ‘En de zon, die mis ik ook. Het weer is echt heel anders in Egypte. Daar is het stabieler en warmer en zonniger.’

Moest je wennen aan de Nederlandse directheid?
‘Nou, eigenlijk niet heel erg. Ik vind dat wel fijn. Je weet wat een ander bedoelt. In Egypte moet je dat altijd maar raden. Je weet eigenlijk nooit of iemand eerlijk zijn mening geeft. Dus ja, dan heb ik het maar liever zoals het in Nederland gaat.’

Dina waardeert ook erg de vriendelijkheid van de mensen. ‘Als je de Nederlandse taal niet goed spreekt, gaan mensen direct Engels met je praten. Dat is echt heel bijzonder, dat is nergens anders zo.’

Nooit ruzie op straat

Wat Dina ook opvalt, is dat er in Nederland zoveel rust en vrede is. ‘Ik zie bijna nooit een ruzie op straat. Mensen zijn hier meer relaxt. In Egypte zag ik dagelijks ruzie. Misschien komt dat wel omdat mensen daar armer zijn en het allemaal minder goed geregeld is’, mijmert ze hardop. ‘Als je in Egypte een auto-ongeluk krijgt, heb je meteen een financieel probleem om de auto te repareren bijvoorbeeld, of als je zelf naar het ziekenhuis moet.’

Inmiddels is Dina zo ingeburgerd in Nederland dat ze niet meer terug wil naar Egypte. ‘Als ik daarheen ga, voelt het alsof ik op vakantie ben. Het is echt fijn om mijn familie weer te zien, maar Nederland is toch mijn thuis.’ Lachend voegt ze eraan toe: ‘Het kan trouwens ook niet, want m’n dochter wil niet. Die heeft hier haar vriendinnetjes en school’.

Geen enkele twijfel

De eerste jaren waren voor jou als ‘beginnend’ gelovige niet gemakkelijk. Hoe heb je die ervaren?
Vol overtuiging: ‘Ik kan niet anders zeggen dan dat God zorgt. De eerste jaren waren zonder meer moeilijk. Het is lastig om asielzoeker te zijn, om de boodschap te krijgen dat je niet welkom bent en je moet blijven wachten op de verblijfsvergunning. Maar al die tijd heb ik geweten en ervaren dat God bij ons was. Hij heeft ook veel gelovigen gebruikt die ons geholpen hebben en ons mee naar de kerk namen. Aan die contacten bewaar ik heel goede herinneringen’. Dina benadrukt hoe belangrijk het is dat er naar vreemdelingen wordt omgekeken. Ze heeft ervaren dat het grote impact heeft wat mensen voor haar hebben gedaan.

Spijt van haar keuze om de God van Israël te dienen heeft ze nooit gehad. Dina besluit: ‘Ik heb daar geen enkele twijfel over gekend. Ik wil me alleen maar meer gaan verdiepen in de Bijbel en er meer uit leren’.

Dit artikel is verschenen in ‘De Hervormde Vrouw’. Meer weten? Kijk hier.